Dirigenten tillen koren boven gemiddelde uit
KLASSIEKE MUZIEK - RECENSIE KEES HUGES

Concert door het Haarlems Gemengd Koor o.l.v. Nicolas Mansfield, de COV Door Zang Vriendschap o.l.v. Maarten van Leer, het NPO; Gerrie Meijers,orgel; Clara de Vries, sopraan; Martine Straesser, alt; Harald Quaaden, tenor en Henk van Heijnsbergen, bas. Werken van Mozart en Haydn. Gehoord: vrijdag 8 oktober 1999.

Onder de noemer 'Samenwerkingsconcert' concerteren deze avond, samen met het NPO en vier solisten, het Haarlems Gemengd Koor (HGK) en de Christelijke Oratorium Vereniging 'Door Zang Vriendschap'. Niet dat zij samen één koor vormen. Neen, het HGK voert het Requiem KV 626 van Wolfgang Amadeus Mozart uit, terwijl de COV na de pauze te beluisteren is met de zogenaamde Nelson Mis van Joseph Haydn. Toch is dit samenwerkingsverband een slimme zet van de twee koren. Ten eerste kun je de kosten van vier solisten en het NP0 samen delen. En ten tweede komt zo de grote zaal van het Concertgebouw goed vol te zitten. En het is natuurlijk altijd een grote stimulans voor een groot auditorium te mogen zingen. Er schuilt echter één gevaar in zo'n opzet. En dat is dat men ongemerkt de twee koren met elkaar gaat vergelijken. Een gevaarlijke bezigheid, zeker als men deze gezelschappen in de loop der jaren niet heeft gevolgd. Bovendien is de muzikale lading in Mozart's Requiem een geheel andere dan het feestgedruis in de mis van Haydn.

Je hoeft absoluut geen fantastische oren te hebben om te horen dat de COV vocaal-technisch meer in huis heeft dan het HGK. Vooral de COV-sopranen klinken dankzij goede stemvorming in het hoge register een stuk zuiverder, wanneer er tegelijkertijd 'piano' moet worden gezongen, dan hun HGK-collegae. Doch aan de andere kant moet men ook constateren dat beide koorgezelschappen de laatste jaren enorm zijn gegroeid. COV-dirigent Maarten van Leer en de huidige leider van het HGK Nicolas Mansfield hebben er in relatief korte tijd voor gezorgd dat er een volwassen koorklank is bereikt, die met gemak een orkestbegeleiding van het NPO aankunnen. En dat is in het verleden wel eens anders geweest. Ook de accuratesse in de polyfone koorgedeelten zoals het Requiem-kyrie bij Mozart en het Cum sancto Spiritu uit het Gloria-deel van de Nelsonmis maakt dat beide koren ver boven het gemiddelde presteren. De visie van Mansfield op Mozart's laatste opus is er één uit de oude doos. Met het solistenkwartet heeft men een goede greep gedaan. Vooral de alt Martine Straesser en de bas Henk van Heijnsbergen klinken fraai en gedegen. De sopraan Clara de Vries toont vooral bij Haydn de soepelheid van haar stem. Jammer dat de tenorstem van Harald Quaaden (door spanning?) wat geknepen klinkt, waardoor hij in de kwartetten wat uit de toon valt. Het NPO laat zich van haar goede kant horen. Het volgen van twee dirigenten met ieder een eigen visie en slagtechniek is een lastige klus die deze avond knap geklaard wordt.