Haarlems Gemengd Koor enthousiast en vlot
KLASSIEKE MUZIEK - RECENSIE JAN-PIET KNIJFF

Concert door het Haarlems Gemengd Koor m.m.v. Hieke Meppelink, Margareth Beunders, Robbert Overpelt, Frans Fiselier en het Noordhollands Philharmonisch orkest o.l.v. Christiaan Winter. Concertgebouw Haarlem, 15 december 1996.

Nadat ze vorig jaar een keertje overgeslagen hebben is het Haarlems Gemengd Koor dit jaar terug met hun traditionele uitvoering van Bachs Weihnachtsoratorium. Dat het koor die traditie hoog moet houden blijkt wel uit het talrijke publiek dat naar het Haarlemse Concertgebouw is gekomen. Maar zou het niet eens aardig zijn om de selectie uit het lange oratorium af en toe eens te wijzigen? 
Bach schreef zijn Weihnachtsoratorium als een reeks van zes cantates, die van eerste kerstdag tot Driekoningen in Leipzig tijdens de hoofddiensten werden uitgevoerd. De muziek is overigens voor een zeer groot deel afkomstig uit oudere wereldlijke cantates. Bach liet gewoon een nieuwe tekst schrijven, volgens hetzelfde metrische schema, en met wat kleine aanpassingen in de muziek was het karwei geklaard. Dat verklaart bijvoorbeeld de gewaagde obligate paukenpartij aan het begin van de eerste cantate; de oorspronkelijke tekst luidde hier Tönet, ihr Pauken. 
Zes cantates dus, waarvan het HGK sinds mensenheugenis (het koor bestaat driekwart eeuw) steeds de eerste vier plus het openingskoor van de vijfde programmeert. Dat is op zichzelf een prima oplossing, maar het blijft jammer dat we die laatste twee cantates in Haarlem dus nooit horen. Het kan toch niet zo'n heksentoer zijn om bijvoorbeeld eens die vijfde cantate helemaal in te studeren en een paar jaar later de zesde? 
Ondertussen komt het koor dit jaar goed voor de dag met de traditionele selectie. De dames en heren hebben er duidelijk hard aan gewerkt en laten horen dat ze er zin in hebben. Hier wordt enthousiast muziek gemaakt, al mogen wat mij betreft de sopranen nog wat meer lef hebben bij hun hoge a's en zouden vooral de tenoren waarschijnlijk gebaat zijn bij wat jong bloed in hun gelederen. 
Dirigent Christiaan Winter werkt blijkbaar heel inspirerend op het koor, maar hij dirigeert wat recht-toe-recht-aan, een duidelijk maatslag met alle inzetjes, maar weinig frasering en expressie. De uitvoering loopt daardoor wel goed, maar komt eigenlijk nooit uit boven een soort midden-niveau. Het NPO speelt wel correct, maar zelden geinspireerd en de meeste instrumentale solo's vallen een beetje tegen. Uitzondering is in dit verband de voortreffelijke solotrompettist Ad Welleman. 
Jammer is dat de tempokeuze van Winter dikwijls wat ongelukkig, soms wat langzaam, meestal te snel uitpakt. Het Engelenkoor (Ehre sei Gott in der Höhe) ontspoort daardoor vrijwel onmiddellijk. Inderdaad een godswonder dat iedereen na een maat of tien weer op de rails staat. Ook veel koralen werken nogal onrustig. 
Robbert Overpelt is een heldere Evangelist, die er bepaald vaart achter zet. Merkwaardig is dat sopraan Hieke Meppelink zijn recitatief na de (beruchte) tenor-aria overneemt. Meppelink komt mooi over in het duet met bas Frans Fiselier. Fiselier op zijn beurt komt sterk naar voren in het schitterende Grosser Herr (met die briljante solotrompet). Margareth Beunders, die een zieke Heleen Resoort verving, klinkt wat zachtjes in het betoverende wiegenlied. Het intieme Schliesse, mein Herze lukt beter, al is het ensemblespel met de instrumentalisten niet optimaal.