Burgemeester Pop reikt koninklijke erepenning uit
Haarlems Gemengd Koor feest met Händel en Vivaldi
KLASSIEKE MUZIEK - RECENSIE ALBERT BROGGEN

Jubileumconcert door Haarlems Gemengd Koor o.l.v. Christiaan Winter, m.m.v. orkest Continuo; Hanneke Kaasschieter, sopraan; Margareth Beunders, alt; Alex Vermeulen, tenor en Charles van Tassel, bas. Werken van Händel en Vivaldi. Concertgebouw Haardem, 16 februari 1996.

Met een feestelijk Gloria van Vivaldi besloot Haarlems Gemengd Koor vrijdag zijn concert ter gelegenheid van zijn 75-jarig bestaan. Even daarvoor had burgemeester Pop aan de voorzitter van het koor, mevrouw Groenendijk, de koninklijke erepenning en de bijbehorende oorkonde overhandigd.
Het koor heeft in de loop van driekwart eeuw beroemde oratoria uit de muziekgeschiedenis in het Haarlemse Concertgebouw laten klinken en vorig jaar heeft het zich samen met andere Haarlemse oratoriumkoren ingezet voor de uitvoering van een nieuw werk van Hans Kox.
Vivaldi's lofzang op de hemelse koning was een mooie samenvatting van wat een oratoriumkoor zoal te zingen heeft. Het is terecht een geliefd stuk, dankbaar om te zingen en doorspekt met mooie soli voor sopraan en alt, deze avond voorteffelijk vertolkt door Hanneke Kaasschieter en Margareth Beunders.
Het leeuwedeel van het programma bestond uit Händels wereldlijke oratorium Alexander's Feast, dat zowel aan het koor als aan de solisten hogere eisen stelt. Haarlems Gemengd Koor had flink op deze muziek gestudeerd; de verschillende stemgroepen kwamen - afgezien van wat onzuiverheden - behoorlijk partijvast naar voren. Christiaan Winter, die twee jaar geleden het stokje van Anton de Beer overnam, hield zijn tachtig amateurzangers stevig in de greep, zijn tempi afstemmend op hun mogelijkheden, zodat ook de moeilijkste (fugatische) passages er vrij gaaf uitkwamen.
Händel schreef zijn muziek op een onmogelijk libretto, waarin de heilige Caecilia er tenslotte met de haren bijgesleept wordt om vrede en harmonie te stichten. Maar de rijmende regels van de poeet John Dryden hebben Händel wel de kans gegeven zich genuanceerd uit te drukken. De vaak zo triomfantelijke Handel laat zich hier van zijn fijnzinnige kant horen, zoals bijvoorbeeld op het moment dat Alexander de Grote zijn trots aflegt en denkt aan zijn verslagen vijand Darius, de koning der Perzen. Dan horen we iets van de componist die door zijn knecht in tranen boven zijn muziekpapier werd aangetroffen.
Ster onder de solisten was Hanneke Kaasschieter, die zich met haar stemkwaliteiten en temperament helemaal op het niveau van deze muziek manifesteerde. Een evenknie had zij in de expressieve Charles van Tassel.
Händels genuanceerde partituur vraagt om een spitse en temperamentvolle interpretatie. Die ontbrak helaas in de begeleiding van het Rotterdams kamerorkest Continuo. Het ensemble, waarover in het tekstboekje geen enkele mededeling wordt gedaan, beschikt over kwaliteiten, maar koordirigent Winter wist er helaas geen raad mee.