Carmina Elegia van Pablo C. Escande.

Toelichting van dirigent Frank Hameleers

 

Bij het fenomeen dodenherdenking is gedurende de laatste jaren een tendens waarneembaar om niet alleen de gesneuvelden uit eigen land te gedenken, maar ook de doden van andere landen die bij een oorlog betrokken zijn geweest. Tevens willen wij hen gedenken voor wie wij warme gevoelens koesteren en die ons ontvallen zijn door ouderdom, ziekte, ongelukken, kwaadwilligheid of zinloos geweld. De levenden herdenken de doden en zijn onlosmakelijk met hen verbonden.

 

Bij dit werk is ernaar gezocht dit verbond van ‘leven en dood’gestalte te geven in een internationale, multiculturele en niet aan tijd gebonden muzikale vorm.

Door alle eeuwen heen is het thema ‘leven en dood’ bezongen in levende en dode talen die de universele betekenis hiervan verwoord hebben.

In de compositie Carmina Elegia (te vertalen met Droevige gezangen) van de in Nederland wonende jonge Argentijnse componist Pablo C. Escande, komen geloofsuiting en levenshouding goed tot hun recht in vele talen. De herdenking van de doden beleeft daardoor in dit werk een waardige en piëteitvolle ondersteuning.

 

Carmina Elegia is een compositie die bestaat uit 21 delen. De tijdsduur is ca. 1½ uur. Het werk is geschreven voor  4 zangsolisten, declamatie (door een kind), gemengd koor, piano, orgel, uitgebreid slagwerk (te bespelen door 2 spelers) en strijkorkest.

De gebruikte talen zijn: Latijn (delen uit het Requiem en de Lofzang van Simeon), Grieks, Duits (gedichten van Paul Celan en Heinrich Heine), Frans (gedichten van Jean-Marc Bernard en Jean-Baptiste Chassignet), Italiaans (gedichten van Michelangelo Buonarotti), Russisch (tekst van Sjoeljgina), Nederlands (gedicht van een jong meisje), Hebreeuws (tekst van Elie Wiesel), Japans (twee oude Tanka-gedichten), Engels, Spaans en Portugees.

Hoewel er enkele religieuze teksten in voorkomen is het werk niet als religieuze compositie

bedoeld. Interessant is de fantastische wijze waarop Escande muziek schrijft in het idioom van de gebruikte taal. Het Japanse deel klinkt Japans. De Russische aria is een onvervalst stuk ‘Slavische’ muziek. 

Het werk begint met een instrumentaal deel. In deze Ouverture speelt het orkest een volledige fuga. Daarna is er een afwisseling van aria’s, duetten, terzetten en koordelen. In het laatste deel speelt het orkest dezelfde fuga als in de ouverture maar nu zingt het koor er een tweede volledige fuga doorheen. Dit leidt tot een spetterend en indrukwekkend einde.

 

De eerste (en tot nu toe enige) uitvoering vond met veel succes plaats tijdens de officiële dodenherdenking van de gemeente Amsterdam op  4 mei 2001 in de Beurs van Berlage.

Er is voor deze compositie inmiddels ook belangstelling uit het buitenland, m.n. uit Duitsland.

Zeer waarschijnlijk zal het worden uitgegeven bij DONEMUS te Amsterdam.

Het is een bijzonder werk dat veel indruk achterlaat en daardoor zeer de moeite waard is!

 

Frank Hameleers, dirigent van het Haarlems Gemengd Koor.