Frank Hameleers: "Ik ben een man van lange adem"
KLASSIEKE MUZIEK -INTERVIEW MYRTHE VAN DIJK
Haarlems Gemengd Koor olv. Frank
Hameleers. Programma: Carmina Burana van Carl Orff en werken van Gounod, Bellini,
Mascagni en Verdi. Te horen: zondag 20 mei, Haarlems Concertgebouw, aanvang
14.30 uur.
In december vorig jaar gaf Nicholas Mansfield zijn laatste concert met het
Haarlems Gemengd Koor, waarvan hij twee jaar dirigent was geweest. Na zijn
afscheid nam Frank Hameleers, een collega-zanger van Mansfield uit het Groot
Omroepkoor tijdelijk de leiding over. Nu, een half jaar later, is Hameleers
benoemd tot de nieuwe vaste dirigent. Hij heeft grote plannen met het koor.
Hameleers: "Ik twijfelde eerst of ik wel een groot koor wilde dirigeren.
Ik heb altijd met kleinere kamerkoren gewerkt, die uit gevorderde amateurs
bestaan. De leden daarvan moeten auditie doen, en hebben zangles. In een groter
koor zijn er vaak meer niveauverschillen, en dat vraagt een andere aanpak. Maar
tijdens de repetitieperiode voor de Carmina Burana ging ik dat steeds meer als
een uitdaging zien. Ik was benieuwd of ik in staat was ook een groot koor op een
hoger niveau te brengen. Ik besloot de gelegenheid aan te grijpen."
Het koorbestuur en Hameleers werden het snel eens. Met Hameleers, de huidige
dirigent van de Amsterdamse Cantorij, is een professionele koorzanger en ervaren
koorleider binnengehaald. Met hem is ook gekozen voor een ambitieus
toekomstbeleid, want Hameleers wil de lat hoger gaan leggen. "De huidige
status quo gaat mij niet ver genoeg. Let wel, al het goede wil ik behouden, maar
het zingen kan altijd beter."
Hameleers wil niet over één nacht ijs gaan. "De afgelopen jaren had
het koor telkens wisselende dirigenten. lk ben een man van lange adem, ik richt
me op de toekomst. Ik wil een pad aflopen om uiteindelijk moeilijker repertoire
te kunnen zingen, maar ik wil daar enkele seizoenen voor uittrekken. In het
begin moet het repertoire juist niet te lastig zijn. Geen noten stampen, maar
werken aan klank en zuiverheid. Het is een voordeel dat ik zelf zanger ben, ik
ga uit van het materiaal en kan inschatten wat er nog mogelijk is. Als je een
hoger niveau wil bereiken moet je het van onderen opbouwen".
Het programma van zondag 20 mei in het Haarlemse Concertgebouw stond al
nagenoeg vast toen Hameleers de leiding van het Haarlems Gemengd Koor overnam.
Hij vindt de Carmina Burana in de huidige koorsamenstelling (te weinig mannen)
eigenlijk niet de meest geschikte keus, maar desondanks dirigeert hij het met
plezier. "De keuze voor de versie in kleine bezetting, met piano en
uitgebreid slagwerk, is verstandig. De orkestversie vraagt een groter en
krachtiger koor. In de kleine versie kunnen de koorleden zich beter op de zang
concentreren. Alles komt aan bod: sterk en zacht zingen, gedragen en puntig: het
is een leuk project".
Hameleers wil de tradite van de uitvoering van Bach's Weihnachtsoratorium
voortzetten. "Hoewel het moeilijk repertoir is, blijft het op de rol staan.
In december 2002 hoop ik een stijlzuivere uitvoering te kunnen geven met oude
instrumenten. Als voorbereiding wil ik werken aan lichtere stukken, zoals Der
Tod Jesu van Heinrich Graun. De passie-cantate van deze tijdgenoot van Bach werd
tot het eind van de negentiende eeuw vaak uitgevoerd. Het is een heel dankbaar
stuk, met mooie koralen en solopartijen." Hameleers is niet bang dat zijn
ambities voor sommige koorleden te hoog gegrepen zullen zijn. "Statistisch
is maar één op de miljoen mensen niet muzikaal. In principe kan iedereen
zingen, tenzij het tegendeel wordt aangetoond. Maar het kost wel tijd mensen te
leren luisteren en zich aan te passen. Ik ga daarmee aan de slag. Als dan toch
blijkt dat iemand het echt niet kan, dan moet je een onplezierige beslising
nemen. Je kunt de ogen niet sluiten voor de realiteit. Soms weegt het muzikale
aspect zwaarder dan het sociale. Iedereen die lid wordt van een koor weet
dat."